GPS

14 december 2016

Een in België gevestigde importeur van pompen en onderdelen koopt op basis van de Incoterm FOB Japan, wat dat dan ook moge inhouden, normaal gesproken dient er een havenplaats vermeld...

Read more

Het op 17 juni jongstleden in tweeën gebroken schip de ‘MOL Comfort” houdt voorlopig bij de eigenaar van het schip, ladingbelanghebbenden en transportverzekeraars de gemoederen goed bezig.
OP 27 juni jongstleden zonk in nog geen vijf minuten tijd het afgebroken achterste deel. Toen ik de foto’s hiervan recentelijk in het buitenland aan schade-expert liet zien, sprak hij uit “beautifiul, beautiful”! Voor de schademensen in ons vak is deze scheepsramp prachtig en dient het voor de nog jonge mensen in dit vakgebied als een mooie casus, waarvan veel geleerd kan worden.
Op de nog drijvende helft van de “MOL Comfort” is afgelopen zaterdag ook nog brand uitgebroken. De ramp lijkt compleet.
Regelmatig heb ik van verschillende zijden de vraag gekregen of hier nu sprake is van Avarij-grosse. Het antwoord hierop is neen!
Om als avarij-grossehandeling te kunnen worden aangemerkt moet er sprake zijn van:

  • Buitengewone opoffering of uitgave;
  • Opzettelijk en redelijkerwijs verricht of gedaan;
  • Gemaakt tot behoud van schip en lading;
  • In een toestand van gevaar.

Als één aspect in deze zaak niet voldaan is, dan is het ontbreken van het derde punt, “gemaakt tot behoud van schip en lading”. Dit is niet helemaal gelukt.
Daarnaast kon, vanwege het breken van het schip, er slechts nog door bergers hulp worden verleend om de beide delen van het schip en lading te trachten te bergen en “veilig” naar een haven te slepen. De bergers ontvangen hiervoor een beloning.
Deze zogenaamde bergingskosten, worden door transportverzekeraars bovenop de ladingschade, dus boven de in de polis vermelde verzekerde som, vergoed.
Zo werd ik in deze zaak via via benaderd door een ladingbelanghebbende, welke drie containers met chemicaliën aan boord van de “MOL Comfort” heeft of had staan. Er bleek geen transportverzekering te zijn, want deze werd enkele jaren geleden beëindigd. Deze onderneming had tot nu toe nauwelijks schade! De goederen waren in China FOB Shanghai gekocht.
De vraag diende zich bij deze ladingeigenaar aan of er ten aanzien van het transportrisico een verschil zou zijn bij de INCOterms FOB, CFR of CIF en hoe verder te handelen en wie de schade ging betalen.
Zowel bij FOB, CFR en CIF gaat het risico voor schade en verlies over van verkoper op koper zodra de betreffende goederen zijn geladen aan boord van het schip in de haven van verscheping.
Verder zal deze eigenaar zijn schade zelf moeten dragen, evenals de bijdrage in de bergingskosten, voor zover de goederen al niet zijn gezonken met het achterste deel van het schip.
Deze schade treft ook de Nederlandse verzekeringsmarkt en het verhaal van de uitgekeerde en niet verzekerde schaden op de eigenaar van het schip zal zeker nog jaren in beslag gaan nemen.