GPS

14 december 2016

Een in België gevestigde importeur van pompen en onderdelen koopt op basis van de Incoterm FOB Japan, wat dat dan ook moge inhouden, normaal gesproken dient er een havenplaats vermeld...

Read more

Een partij melkpoeder in blik wordt door een Nederlands bedrijf aan een dochteronderneming te Shanghai op basis van de INCO Term CIP verkocht.  CIP is een niet-exclusieve maritieme conditie.
Een en ander impliceert, dat de verkopende partij ten behoeve van de kopende partij een transportverzekering dient af te sluiten. Het risico van schade en verlies bij deze overeengekomen INCO Term gaat over van verkoper op koper zodra de goederen door hem worden aangeboden en onder de hoede zijn gesteld van de door hem zelf aangewezen vervoerder.
De partij melkpoeder zal per vliegtuig vanaf Amsterdam naar Shanghai worden vervoerd. Er worden voor dit transport door de verschillende betrokken partijen documenten opgemaakt.
De afzender maakt om onduidelijke redenen een vrachtbrief op met als eindbestemming Shanghai. In beginsel zou het C.M.R. Verdrag van toepassing kunnen zijn, echter de ingeschakelde wegvervoerder is echt niet van plan om helemaal naar Shanghai te rijden. De vrachtbrief is niet goed opgesteld en voor het wegvervoer had natuurlijk Amsterdam/Schiphol op de vrachtbrief vermeld moeten worden als eindebestemming voor het wegvervoer.
De ingeschakelde expediteur geeft op zijn naam een zogenaamd House Airwaybill af en om vooralsnog duistere redenen vermeld deze de vrachtbrief de INCO Term CIF!  Dit is echter een uitsluitend maritieme INCO Term en kan derhalve niet  voor het luchtvervoer worden toegepast.
De partij melkpoeder arriveert te Shanghai en aldaar wordt vastgesteld, dat een gedeelte van deze partij gedurende de periode behorende tot het luchtvervoer waterschade heeft opgelopen. Het beschadigde deel is hierdoor niet meer voor consumptie geschikt.  De ontvanger stelt direct de expediteur voor het ontstaan van deze schade aansprakelijk. De schade wordt door de ontvanger gereclameerd onder de afgesloten transportverzekering. 
Na uitbetaling van de schade nemen de betrokken transportverzekeraars regres op de expediteur. Deze probeert eerst een beroep te doen de Fenex Condities, echter dit baat hem niet, want hij heeft immers een House Airwaybill afgegeven en wordt daardoor gezien als “luchtvervoerder”.
De expediteur dient de schade af te wikkelen op basis van de bepalingen van het Verdrag van Montreal.  Dit Verdrag kent een onbreekbare limiet van 19 SDR per kilo, hetgeen neerkomt op ongeveer Euro 21,00 per kilo.
De expediteur zelf heeft echter verzuimd de feitelijk luchtvervoerder voor deze schade binnen de daartoe gestelde termijn aansprakelijk te stellen.  Deze termijn is ingeval van beschadiging 14 dagen vanaf de aanneming van de goederen door de ontvanger hiervan.
De expediteur vist door zijn eigen onoplettendheid achter het net en kan de schade daardoor niet verhalen op de feitelijk luchtvervoerder.