GPS

14 december 2016

Een in België gevestigde importeur van pompen en onderdelen koopt op basis van de Incoterm FOB Japan, wat dat dan ook moge inhouden, normaal gesproken dient er een havenplaats vermeld...

Read more

Dat voor sommige importerende en exporterende bedrijven het goed toepassen en uitleggen van de Incoterms een lastige zaak is en blijft, blijkt uit het navolgende schadegeval.

Een Nederlands bedrijf verkoopt aan een bedrijf in Israël een waterwerksysteem op basis van een onherroepelijke Letter of Credit. Volgens deze Letter of Credit worden de goederen op basis CIF  Incoterms 2000 (Cost Insurance Freight) Ashdod Port geleverd.

De betreffende goederen worden via de expediteur op basis van een zogenaamde losse post (eenmalige vorm van transportverzekering) verzekerd in overeenstemming met de bepalingen van de Letter of Credit.

Tijdens het transport, waar is onbekend, ontstaat er schade aan het waterwerksysteem.
Uit de schadedocumenten en het onderzoek van de ingeschakelde schade-expert blijkt, dat
de ontvanger het waterwerksysteem verder landinwaarts heeft getransporteerd naar de feitelijke eindbestemming.  De afgesloten transportverzekering gaf slechts dekking tot aankomst in de Israëlische haven.

De handelsfactuur, die het Nederlandse bedrijf aan de koper heeft gezonden vermeld merkwaardig genoeg, dat het waterwerksysteem op basis van de Incoterm FOB (Free on board) wordt verkocht. Dit is in tegenspraak tot wat staat vermeld in de Letter of Credit!
Ondanks deze vergissing maakt het voor de overgang van het risico niet uit. Het risico van schade en verlies gaat in beide gevallen over van verkoper op koper bij het passeren van de scheepsreling in de haven van verscheping.

De koper verzoekt het Nederlands bedrijf de schade te herstellen en twee van haar monteurs reizen met reserveonderdelen af naar Israël.

Nadat de schade is hersteld, dient het verkopende Nederlandse bedrijf een claim in onder de transportverzekering. De betrokken verzekeraars stellen terecht, dat er geen belang onder de transportverzekering is voor het Nederlandse bedrijf, daar volgens de overeengekomen Incoterm CIF de verkoper ten behoeve van de koper een transportverzekering dient af te sluiten. Daarnaast zijn verzekeraars van mening, dat niet is aangetoond, dat de schade is ontstaan tijdens en gedurende het door hen verzekerde transport. Er was nog immers een transport landinwaarts, waar laad en los manipulaties hebben plaatsgevonden. De schade kan eveneens tijdens dit niet verzekerde transport zijn ontstaan.

Het Nederlandse bedrijf kon niet begrijpen, waarom men niet claim gerechtigd was onder de polis, want uiteindelijk was deze verzekering toch door hen afgesloten?
Na veel pijn en moeite werd hen aan het verstand gepeuterd, dat er geen belang bij en onder de afgesloten polis bestond. De nota voor de herstelwerkzaamheden moest uiteindelijk door de Israëlische ontvanger worden voldaan.

De Israëlische ontvanger liet ondanks vele pogingen niet van zich horen en diende geen claim in onder de polis, immers zijn probleem was verholpen.
De nota van het Nederlandse bedrijf bleef echter onbetaald en kreeg daardoor feitelijk gezien de rekening gepresenteerd vanwege het ontberen van de benodigde kennis op dit punt.