GPS

14 december 2016

Een in België gevestigde importeur van pompen en onderdelen koopt op basis van de Incoterm FOB Japan, wat dat dan ook moge inhouden, normaal gesproken dient er een havenplaats vermeld...

Read more

In 2006 sluit in Nederland gevestigde expediteur, naar aanleiding van een door hem uitgebrachte offerte, een overeenkomst  met een eveneens in Nederland gevestigde ontvanger, om een partij damestruien vanaf Changzhou (China) te verschepen naar Rotterdam.
Deze damestruien moeten na aankomst te Rotterdam  door de ontvanger worden uitgeleverd aan een bekende winkelketen.
De betreffende containers zouden eind oktober 2006 verscheept worden uit Changzhou en in de laatste week van november 2006 aankomen in Rotterdam.
De expediteur geeft het verkeerde schipnummer door aan de Chinese leverancier, waardoor de douaneformaliteiten in China niet op tijd konden worden afgewikkeld en de containers in Changzhou achterbleven.
De Chinese leverancier heeft vervolgens geprobeerd de containers te verschepen met een schip dat begin november 2006 uit Changzhou vertrekken. Bij deze tweede poging ging het weer mis, omdat de expediteur had verzuimd  de leverancier de juiste documenten te verstrekken, ten einde aan de gestelde douaneformaliteiten te kunnen voldoen.   Na veel pijn en moeite lukt het uiteindelijk deze containers te verschepen, maar dan is deze zending al drie weken vertraagd.
Daarnaast heeft de expediteur de ontvanger van de containers niet op de hoogte gebracht van deze vertraging. 
De ontvanger komt er uiteindelijk achter, dat de zending is vertraagd en meld dit aan de betreffende winkelketen, die op grond hiervan de gehele order annuleert.  Hierdoor lijdt de ontvanger een omzetverlies van ongeveer Euro 40.000,-- en deze stelt de expediteur voor dit verlies aansprakelijk.
De  expediteur beroept zich van de Fenex condities en wijst iedere aansprakelijkheid op grond hiervan van de hand.  De ontvanger accepteert deze afwijzing niet en stapt naar de Rechter.
Tijdens deze procedure komt naar voren, dat de offerte die door de expediteur is uitgebracht op papier staat van een Incorperate en niet op papier van de besloten vennootschap.  De facturen van de expediteur voor zijn geleverde diensten die zijn verstuurd aan de ontvanger staan echter wel op papier van de besloten vennootschap!
Ter verduidelijking, beide bedrijven van deze expediteur  dragen wel dezelfde naam.
De verklaring, die de expediteur hier voor geeft is, let wel, dat het logo van de Incorporate in kleur kon worden afgedrukt en dat van de besloten vennootschap alleen maar in zwart wit. Bij de presentatie van zijn offerte vond de expediteur, dat een kleurenlogo veel beter over zou komen.
De Fenex condities, waarop de expediteur zich beroept, blijkenbij navraag niet aan de leverancier ter hand te zijn gesteld. In de offerte wordt er echter wel door de expediteur  naar verwezen.
De Rechtbank maakt in haar vonnis korte metten met de expediteur en bepaald terecht dat de Fenex condities niet van toepassing zijn, daar deze voor of bij het sluiten van de overeenkomst niet door de expediteur ter hand zijn gesteld.,
De ontvanger trekt hier aan het langste eind en kan zijn geleden schade verder verhalen op de expediteur.    
Voor de expediteur is deze kleurendruk wel een hele dure afdruk geworden , maar ja het oog wil ook wat.