GPS

14 december 2016

Een in België gevestigde importeur van pompen en onderdelen koopt op basis van de Incoterm FOB Japan, wat dat dan ook moge inhouden, normaal gesproken dient er een havenplaats vermeld...

Read more

Een Odyssee?

Een ladingbelanghebbende (verzekerde) is zelf aanwezig bij de belading van een partij schroot , dat per schip vervoerd moest worden van Tunis naar Zuid-Spanje.  Bij de belading in Tunis, bleek het schip zo lek te zijn als een mandje, maar om de een of andere reden is dit de ladingbelanghebbende blijkbaar ontgaan. Na de reparatie van een tiental gaten in de bodem van het schip was de kapitein van mening, dat de reis kon  worden aangevangen.

Onderweg naar de bestemming in Zuid-Spanje kreeg het schip motorpech en moest daarom noodgedwongen Valletta op Malta aandoen voor een noodreparatie. Aldaar aangekomen werd het schip direct aan de ketting gelegd vanwege nog een aantal onbetaalde rekeningen aldaar.
De ladingbelanghebbende is zo gek of goed (?) geweest om de uitstaande vorderingen evenals de kosten van de noodreparatie voor te schieten.

Na de nodige herstelwerkzaamheden aan het schip ging de reis weer vrolijk verder.
De kapitein kreeg op dat moment de kolder in zijn kop en is tot verbijstering  van de ladingbelanghebbende doorgevaren naar zijn thuishaven  Kalamata in Griekenland.
Eenmaal daar aangekomen is het schip tot overmaat van ramp in de haven gezonken en daarna is het merkwaardig genoeg door de plaatselijke brandweer gelicht !?  Handige jongens die Grieken.

De ladingbelanghebbende diende een schadevergoeding onder de afgesloten transportverzekering in, want door deze actie van de kapitein kon hij niet meer over zijn schroot beschikken.
De betrokken verzekeraars wezen echter deze schade onder de transportverzekering af en het hele circus werd hierna voor de rechtbank voortgezet.

De rechtbank gaat na wat de ladingbelanghebbende, die zelf in Tunis aanwezig is geweest, heeft gezien. Uit verschillende verslagen en rapporten blijkt, dat deze op de hoogte was dat er in Tunis al
tijdens  de belading zeer behoorlijk zo niet ernstige schade was ontstaan aan de bodem van het schip.

Naar aanleiding hiervan komt de rechtbank tot het oordeel, dat de verzekeraars niet tot vergoeding van de gevorderde schade behoeven over te gaan. De ladingbelanghebbende  droeg volgens de rechtbank kennis van het feit, dat het schip in slechte staat verkeerde en dat deze niettemin de lading met dit schip heeft laten vervoeren. Dit levert volgens de rechtbank merkelijk schuld op van de ladingbelanghebbende.

De ladingbelanghebbende laat het hierbij echter niet zitten en gaat tegen dit vonnis van de rechtbank bij het hof in hoger beroep.

Het hof komt tot het oordeel dat de rapporten en afgelegde verklaringen  geen aanknopingspunt bieden om aan te nemen dat de ladingbelanghebbende op de hoogte kon zijn dan wel is gesteld van de ernstige schade aan de bodem van het schip, laat staan dat hij deze heeft kunnen waarnemen.   Het vonnis van de rechtbank wordt daarom door het hof verworpen. Verzekeraars dienen daarom de geleden schade onder de transportverzekering te vergoeden.

Al met al loopt het in dit geval voor de ladingbelanghebbende in deze “Griekse klassieker” toch nog goed af.