GPS

14 december 2016

Een in België gevestigde importeur van pompen en onderdelen koopt op basis van de Incoterm FOB Japan, wat dat dan ook moge inhouden, normaal gesproken dient er een havenplaats vermeld...

Read more

Niet iedere ladingbelanghebbende ziet het nut in goederen tijdens het transport te verzekeren.  Of een dergelijk standpunt wel zo verstandig is valt aan de hand van het hieronder beschreven evenement te betwijfelen.

Op 20 juli 2003 komen op de Westerschelde het containerschip “Pelican 1” en de “Mearsk Bahrein” met elkaar in aanvaring.  De ‘Pelican 1’ liep als gevolg van deze aanvaring ter hoogte van de machinekamer een scheur in de flank op en werd tegen de wal gezet.

Aan boord van de ‘Pelican 1’ bevonden zich onder andere een veertig tot vijftig reefercontainers. De bergers hadden de rederij een Lloyd’s Open Form laten tekenen en vrijwel direct na het evenement, omdat de elektriciteitsvoorziening was uitgevallen, aggregaten aan boord gebracht.

Onder de genoemde reefercontainers bevonden zich een tweetal beladen met diepgevroren vegetarische producten ter waarde van US.$ 159.000,-- bestemd voor een Nederlandse ontvanger.
Deze containers zijn op 22 juli 2003 van boord gehaald en in Vlissingen bij een koelveem geplaatst.

In de tussentijd werd avarij-grosse verklaard. De ontvanger zond ons de avarij-grossegarantie, die wij door de betrokken transportverzekeraar hebben laten ondertekenen en hierna aan de average adjuster hebben ingezonden. De transportverzekeraar verklaart door ondertekening van deze garantie, dat hij de bijdrage in de avarij-grosse zal voldoen.

Verder laat de Lloyd’s Salvage Arbitration Branch namens de berger weten, dat indien de ladingontvanger grote behoefte heeft aan het in ontvangst nemen van haar goederen, zij bereid is tegen een garantie ten bedrage van de volledige CIF-waarde van de lading deze uit te leveren.

De transportverzekeraar van de ontvanger geeft aan de berger een zogenaamde salvage guarantee af ten bedrage van € 103.000,--, zijnde de volledige CIF-waarde van de goederen.`
Hierna worden de betreffende twee containers uitgeleverd en stelt de ingeschakelde schade-expert vast dat de goederen niet hebben geleden onder het incident en het dientengevolge opgetreden langere verblijf in de reefercontainers. Van schade aan de goederen is dan ook geen sprake. Voor de ontvanger zijn extra kosten ontstaan en wel voor een bedrag
van € 1.040,--. Deze extra kosten worden door de transportverzekeraar onder de transportverzekering vergoed.

 

Al met al lijkt het voor alle partijen, de ontvanger en de transportverzekeraar goed af te lopen.
Echter het venijn zit in deze zaak in de staart, want de in London benoemde arbiter met betrekking tot de berging van schip en lading, stelt vast dat op grond van en onder de salvage guarantee de bijdrage in de bergingskosten voor deze twee reefercontainers met vegetarische producten wordt vastgesteld op bijna € 80.000,--!
De transportverzekeraar heeft deze bijdrage onder de transportverzekering vergoed.

Zou de ontvanger van deze goederen geen adequate transportverzekering hebben afgesloten, dan had deze zelf garant moeten staan en tevens voor alle kosten op moeten komen.
Ladingbelanghebbenden doen er verstandig aan, ook al schatten zij zelf het risico voor schade en verlies aan de goederen minimaal in, een transportverzekering af te sluiten, al is het alleen al voor de eventuele bijdrage in de avarij-grosse en de hulp- en bergingskosten en de deskundige bijstand die in dit soort gevallen kan worden aangeboden.

 

C.D. van Maurik
Register Makelaar in Assurantiën